|
Gregoriana home
31 maart 2007, Gregoriana in de Sint Aegtenkapel Amersfoort van links naar rechts Reinier van der Lof, Geert Maessen, Sjef
van Leunen © Lucia Alleman, Amsterdam Gregoriana
- Geert Maessen - Wim van Gerven Gregoriana, opgericht in 2002, is een klein vocaal ensemble dat
zich heeft gespecialiseerd in het zogenaamde gregoriaans, het oudste overgeleverde
muzikale repertoire van substantiële omvang uit West-Europa. De basis voor de
uitvoeringspraktijk van Gregoriana wordt gevormd door de oudst bekende handschriften
waarin het repertoire genoteerd bewaard is gebleven, en daarnaast o.a. door.
middeleeuwse tractaten
over muziek. Het ensemble gebruikt bij uitvoeringen zoveel mogelijk
zelfgemaakte reconstructies en transcripties van het repertoire. Gregoriana zingt in de
kerkelijke liturgie, geeft concerten, houdt lezingen met gezongen
muziekvoorbeelden en verzorgt workshops. Om de schoonheid van het gregoriaans
optimaal tot uiting te laten komen, wordt daarbij een kerk met goede
akoestiek geprefereerd. Thuisbasis van Gregoriana is de Amsterdamse Obrechtkerk, waar zij elke derde zaterdag van
de maand (behalve in juli en augustus) een "Gregoriaanse Meditatie" verzorgt.
Gregoriana staat onder leiding van Geert Maessen. Secretariaat: Floris Vosstraat 30, 1222 HD Hilversum, tel. 035-6422606,
e-mail r.lof@chello.nl Gregoriana
is in 2002 ontstaan uit het initiatief van drie personen: Harm Jan Wilbrink,
Reinier van der Lof en Tine van Lingen. In het
voorjaar van 2002 vroeg Harm Jan Wilbrink aan Wim van Gerven of hij met zijn
schola een reeks concerten wilde verzorgen. Deze concerten zouden het volgend
seizoen plaatsvinden in verschillende kerkjes langs de IJssel. De schola zou
daar samen met steeds andere musici steeds andere programma's moeten zingen.
Wim stelde altijd hoge eisen aan zijn uitvoeringen. Zijn eigen vocale
bijdrage speelde daarbij een belangrijke rol. Intussen was Wim 72 en durfde
de uitnodiging niet meer aan. Scholalid
Reinier van der Lof was echter dermate gecharmeerd van de uitnodiging dat hij
naar mogelijkheden zocht om daar toch op in te kunnen gaan. In Geert Maessen
meende hij een geschikt leider te hebben gevonden voor een klein ensemble
waarmee zulks mogelijk moest zijn. Twee zangers was alleen wat aan de magere
kant. Dus werd er gezocht naar een derde zanger. Die werd gevonden in Jacques
van Leeuwen. Op 14 september 2002 gaf Gregoriana haar eerste uitvoering in de
Nederlandse Hervormde kerk van Windesheim; het eerste concert in de serie Dan
Sus Dan So die Wilbrink langs de IJssel organiseerde. Er volgden vele
andere concerten. Vanaf dat
eerste concert lagen meteen een aantal karakteristieken vast die het verdere
parcours van Gregoriana bepaalden. In tegenstelling tot de meeste
"schola's" zou Gregoriana niet uit "liefst zo veel mogelijk
zangers" bestaan, maar "slechts uit drie", niet meer. Het
repertoire zou daarnaast niet beperkt blijven tot de liturgie, maar juist
vooral in nieuwe contexten ten gehore worden gebracht. Bovendien zou het
hoofdaccent komen te liggen op dat deel van het repertoire dat het minst
wordt uitgevoerd, maar niettemin wellicht het meest bepalend was voor de
stijl van het tiende-eeuws repertoire: responsoria (in navolging van Wim van
Gerven) en integrale offertoria (met de verzen die sinds de dertiende eeuw
niet meer worden gezongen). Ten slotte werd er vanaf dat begin gezocht naar
de mogelijke betekenissen van de tiende-eeuwse notaties. Daarbij laat
Gregoriana zich vooral inspireren door de Fluxus-notatie en de stijl van
Oosterse en improviserende tradities. In 2002 werd
Wim van Gerven benaderd door Tine van Lingen van de Amsterdamse Obrechtkerk
met de vraag of hij met zijn schola eens per maand de vespers wilde komen
zingen. Wim had dat vele malen eerder gedaan. Op den duur waren er echter te
weinig mensen om die vespers naar behoren uit te kunnen voeren. Er kwamen ook
geen bezoekers meer. Wim had nog wel een minder hoog-kerkelijke vormgeving van
het vespergebed voorgesteld, maar in feite was het vesperzingen als een
nachtkaars uitgegaan. Het nieuwe verzoek heeft Wim dan ook met veel spijt af
moeten wijzen. Gregoriana ging echter graag op dit verzoek in, mits zij haar
eigen programma kon samenstellen. Sinds november 2002 verzorgt Gregoriana op
vespertijd elke derde zaterdag van de maand (behalve in juli en augustus)
haar eigen programma in de Obrechtkerk. Soms werd dat een traditionele
vesperdienst, maar meestal werd het een aangepast programma rond een bepaald
thema; sinds 2004 steeds in samenwerking met heel verschillende musici uit
Oost en West. Vanaf
najaar 2002 geeft Gregoriana zo gemiddeld twee uitvoeringen per maand: één in
de Obrechtkerk en één op uitnodiging elders. Meer dan de helft van de
uitvoeringen bestaat uit nieuwe, door Gregoriana ontwikkelde programma's in
samenwerking met andere (veelal gerenommeerde) musici. Soms worden ook
traditionele uitvoeringen verzorgd, zoals missen, vespers en zelfs donkere
metten en lauden (door Wim van Gerven in Nederland nieuw leven ingeblazen).
Maar meestal wordt in samenwerking met anderen gezocht naar programma's die
tot meer begrip kunnen leiden van het tiende-eeuws repertoire. Dat kan zijn
door het gregoriaans te contrasteren met oosterse ornamentiek, met jazz, maar
ook door verwantschappen van verschillende religies of wereldbeschouwingen te
benadrukken. Sinds 2006
heeft Gregoriana, wederom op initiatief van Reinier van der Lof, ook een
vrouwelijke tak. Deze tak, Virga, staat eveneens onder leiding van Geert
Maessen. Begin 2007 heeft Jacques van Leeuwen Gregoriana verlaten; zijn
plaats werd ingenomen door Sjef van Leunen. Geert
Maessen studeerde bouwkunde en filosofie. Zijn eerste liefde lag in de
beeldende kunst. Daarnaast speelde hij gitaar, piano, klarinet en viool. Via
de studie bouwkunde kwam hij in aanraking met de architectuur van Hans van
der Laan (1904-1991). In 1982 bezocht hij voor het eerst de (gedeeltelijk)
door deze monnik ontworpen abdij Sint Benedictusberg in Mamelis bij Vaals. Maessen
was zeer onder de indruk van vooral de psalmodie van de monniken, hun
dagelijks werk: het begripvol reciteren van de psalmen. Alle 150 psalmen
werden (en worden) er gedurende de acht getijden van dag en nacht en verdeeld
over de zeven dagen van de week gereciteerd; dag na dag, week na week en jaar
na jaar, altijd weer. Het reciteren van de psalmen is bij uitstek het gebed
van deze monniken, die de psalmen steeds opnieuw trachten te zingen alsof ze
die nog nooit eerder hebben gezien, alsof ze die steeds ter plekke verzinnen:
met heel hun hart en heel hun ziel; steeds een nieuw lied voor hun Schepper.
Vanuit een musicologisch perspectief lijkt deze "eentonige"
psalmenrecitatie wellicht weinig interessant, maar Maessen meent daarin een
doorbraak naar dat schone, ware en goede te bespeuren waarover de kerkvaders
repten. Psalmodie als een levend klankweefsel met kosmische dimensies; een
lied God waardig. Maessen
heeft een zeldzame aangeboren oogafwijking (achromatopsie)
waardoor hij slechts tien procent ziet van wat normaal is. Bij de vioolstudie
bleek dit een groot probleem te zijn. Om de strijkstok te kunnen hanteren
moest hij voldoende afstand tot de bladmuziek houden, maar daardoor kon hij
deze niet meer lezen. Hij zocht naar een manier om bladmuziek gemakkelijker
te kunnen memoriseren. Met de psalmodie van de monniken uit Vaals in zijn
hoofd kwam hij zo in 1986 bij Wim van Gerven en zijn Schola Cantorum Amsterdam.
De bladmuziek kon hij als zanger zo dicht bij zijn gezicht houden als hij
wilde. In plaats van een tijdelijk hulpmiddel te zijn begon het gregoriaans
een eigen leven te leiden. De viool verdween naar de achtergrond en het
gregoriaans kwam er voor in de plaats. Dat was vooral mogelijk door de
inspiratie van Wim van Gerven. Door jaren
bij Van Gerven te zingen ontdekte Maessen dat het gregoriaans het
klankweefsel van de psalmodie nog eindeloos verder verrijkte door de
verschillende momenten van de dag, de verschillende dagen van de week en
tenslotte zelfs de verschillende seizoenen van het jaar met behulp van tekst
en melodie van heel specifieke betekenissen te voorzien. Er openbaarde zich
aldus een innige band tussen de menselijke creatie van het gregoriaans en de
goddelijke schepping van het universum die een volmaakt antwoord op de vraag
naar de zin van het leven scheen te geven. Vanaf 1991
werkte Maessen als assistent-klavecimbelbouwer bij Geert Karman, een
voormalig scholalid. In 1996 ontwikkelde Maessen de Fluxus-notatie voor het
gregoriaans. Sinds die tijd verdiept hij zich intensief in de bronnen van het
gregoriaans en leidde hij verschillende gregoriaanse schola's. In het
verlengde van dit onderzoek werkt Maessen sinds 1999 als braille-muziektranscribent
en was hij vanuit die functie ook betrokken bij verschillende internationale
projecten op het gebied van muziekbraille. In 2002 kreeg een door hem
ontwikkelde methode voor de transcriptie van gregoriaans naar braille
internationale erkenning. Sinds 2002 leidt hij Gregoriana, sinds 2006 Virga. Wim van Gerven (14
september 1929 - 1 november 2008) werd opgeleid tot kerkmusicus aan de
Utrechtse Kerkmuziekschool en daarna tot zanger aan het Amsterdams
Conservatorium. Van 1960 tot 1977 was hij lid van het Nederlands Kamerkoor
dat hij ook herhaaldelijk leidde. Als solist zong hij ondermeer bij Pierre
Boulez en Bernard Haitink. Als dirigent van het gregoriaans werkte hij onder
andere samen met Felix de Nobel, Nikolaus Harnoncourt, Ton Koopman en René
Jacobs. In 1959 richtte Wim op
verzoek van Kees Beerepoot de Schola Cantorum van Amsterdamse Studenten op in
de Amsterdamse Studentenecclesia. Met verschillende koren zong hij daar vanaf
1963 de ene zondag traditioneel gregoriaans en de andere zondag
Nederlandstalig repertoire. Het succes van de Nederlandstalige liturgie werd
zo groot dat mensen vaker per vergissing bij het gregoriaans belandden. Om
die reden wilden men in 1967 van het gregoriaans af. Wim moest kiezen en koos
voor het gregoriaans. Vanaf dat moment heeft hij met zijn Schola op
verschillende plekken in Amsterdam gezeten: de Papegaai in de Kalverstraat
(1967-1978), de Tichel in de Jordaan (1978-1981), de Duif aan de
Prinsengracht (1981-1993), de Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station
(1993) en ten slotte (1994-2000) de Liefde aan de Da Costakade, de Oude Kerk
aan het Oudekerksplein en de Obrechtkerk in Oud-Zuid. Vanaf de Ticheltijd is
Wim zich gaan toeleggen op het Officie; als eerste heeft hij zo bijvoorbeeld
weer de donkere metten nieuw leven ingeblazen. Vanaf begin tachtiger jaren is
hij zich als een van de eerste Nederlanders intensief in de semiologische
uitvoeringspraktijk gaan verdiepen. Vanaf die tijd heeft hij honderden
responsoria "gerestitueerd" die onder zijn leiding vaak hun
zogenaamde postreformatorische bovenmoerdijkse première beleefden. Van Gerven
inspireerde veel mensen; in 1993 nam ėėn van hen zijn Schola over. In 1994 nam Geert
Maessen met Tetsuro Hanai het initiatief voor een nieuwe schola onder leiding
van Wim van Gerven. Deze Amsterdamse Nova Schola Cantorum verzorgde tot begin
2006 nog vele vespers, missen en andere uitvoeringen binnen en buiten
Amsterdam. In 2007 werd Wim opgenomen in verzorgingshuis Sint Bernardus waar
hij in 2008 op Allerheiligen overleed. |