Gregoriaanse Vespers home

(ook wel "Gregoriaanse Meditaties")

 

Elke derde zaterdag (behalve in juli en augustus) zingt Gregoriana een programma met Gregoriaans in de Amsterdamse Obrechtkerk (ook wel: Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans).

 

Soms bestaat dat programma uit Vespers; het traditionele christelijke avondgebed, dat minstens terugvoert op de zesde eeuw. Soms wordt er met externe musici, imams, chazans of nog weer anderen samengewerkt. Soms bestaat Gregoriana alleen uit mannen, soms alleen uit vrouwen, soms uit beide.

 

Bijna altijd staat er op het programma een keur aan gezangen uit tiende-eeuwse handschriften. Het doel van die programma's is om die tiende-eeuwse handschriften te onderzoeken, te beproeven; wat stond daar allemaal in, hoe kan dat hebben geklonken, waar is het mogelijk mee verwant, wat kunnen we er van leren, wat kunnen we er nu nog aan waarderen?

 

De hoofdmoot van de gezangen in die tiende-eeuwse handschriften bestaat uit wat met een anachronisme nog steeds "Gregoriaans" wordt genoemd, naar paus Gregorius de Grote (ca. 540-604). Een betere benaming zou verwijzen naar de Rooms-Frankische mix die ontstond nadat Karel de Grote in zijn Admonitio generalis van 789 in heel zijn Rijk de liturgie van Rome met de daarbijbehorende gezangen tot standaard had verheven. Maar "Gregoriaans" is zo ingeburgerd, dat we dat maar aanhouden, ook al dekt het de lading niet. In feite geldt dat ook voor "Rooms-Frankisch", want we zingen ook gezangen uit andere tradities uit dezelfde tijd, of mogelijk van nog eerder.

 

Recentelijk geven we vooral speciale aandacht aan de contemporaine liturgische zang van het Iberisch schiereiland. Ook daar is eigenlijk geen goede naam voor. Wij geven de voorkeur aan "Mozarabisch" naar de periode toen christenen onder Arabische heerschappij leefden. Anderen spreken liever over "Visigotisch" naar het Visigotisch koninkrijk waarin het repertoire zou zijn ontstaan. Anderen hebben het over Oud His/Spaans. Feit is dat de belangrijkste bron voor onze Mozarabische gezangen uit het Noord-Spaanse Len van de tiende eeuw afkomstig is. In dat handschrift staan ruim 3000 heel uiteelopende gezangen genoteerd. Maar het muziekschrift waarin de mozarabische gezangen zijn bewaard is (op enkele tientallen gezangen na) voor ons onleesbaar. Wetenschappers noemen dit "n van de grootste drama's uit de middeleeuwse muziekgeschiedenis". Wij leggen ons er op toe om dit verloren repertoire via reconstructies met behulp van de computer te herontdekken.

 

home